Stel dat we gezond voedsel, net als schone lucht, beschouwen als een ruimtelijke voorwaarde voor gezondheid. Kiezen voor gezond voedsel kan immers alleen als dit ook in je directe omgeving te verkrijgen is. Zou de gemeente dan, net als tegen luchtvervuiling, ook actie kunnen ondernemen tegen fastfood? Ja, zeggen juristen en gezondheids- en voedingswetenschappers. In een rapport dat vandaag verschijnt, bieden ze daar handvatten voor.

“Nog te vaak wordt gezond eten gezien als een louter individuele keuze, maar dat is niet reëel”, stellen Coosje Dijkstra en Wilma Waterlander, beiden universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Public & Occupational Health van Amsterdam UMC. “Het voedselaanbod in supermarkten en winkelstraten is in de afgelopen tien jaar steeds ongezonder geworden. En die trend stopt niet, integendeel”, zegt Dijkstra. “Het is zeer aannemelijk dat dit leidt tot gezondheidsschade, dat weten we uit de vele wetenschappelijke onderzoeken hiernaar. We weten inmiddels ook dat maatregelen als de suikertaks en een btw-verlaging op groente en fruit niet afdoende zijn om voor gezond te kiezen, als ongezond voedsel overal verkrijgbaar is.”

Bestemmingsplan

Het kabinet is daarom van plan om de beschikbaarheid van ongezond voedsel aan banden te leggen, op gemeentelijk niveau. Waterlander: “Nederland is verplicht, op grond van Europese en nationale regelgeving, om zijn inwoners te beschermen tegen een ongezonde leefomgeving. Dus ook tegen een ongezonde voedselomgeving.” Vergelijk het met bescherming tegen geluidsoverlast: voor uitgaansgelegenheden is een maximum gesteld aan het aantal decibel. Voor voeding is dat ingewikkelder. “Hoe bepaal je wat gezond en ongezond is? Daar moet je een maat voor hebben. Dan pas kun je in het bestemmingsplan – of het omgevingsplan zoals het bij de geplande invoering van de Omgevingswet in 2024 gaat heten – vastleggen hoe groot het aanbod aan ongezond voedsel in een gebied maximaal mag zijn. Op basis daarvan zou je vervolgens kunnen zeggen: hier mag er geen fastfoodrestaurant meer bij.”

Driekwart ongezond

Zo’n ‘voedselomgevingsscore’ is al eerder ontwikkeld op basis van een Delphi-studie met Nederlandse voedselomgevingsexperts. Waterlander en Dijkstra hebben de betrouwbaarheid en bruikbaarheid ervan getest in de praktijk. “In een winkelstraat in Amsterdam hebben we het totale voedselaanbod geïnventariseerd: van supermarkten tot horecagelegenheden”, legt Dijkstra uit. “De score gaat van -5, heel ongezond, tot +5, heel gezond. Aan de hand van de Schijf van Vijf-criteria van het Voedingscentrum hebben de producten, het hele assortiment per aanbieder en uiteindelijk het totale aanbod in het gebied een cijfer gegeven. Onze resultaten kwamen grotendeels overeen met de voedselomgevingsscore: 76,9 procent van het totale voedselaanbod in de straat viel niet binnen de Schijf van Vijf. De totale voedselomgevingsscore voor de winkelstraat was negatief: -77,2. Dat geeft aan dat ongezonde aanbieders het gebied domineren en dat de voedselomgeving een negatieve invloed heeft op de voedingsinname, en mogelijk op de gezondheid.” Vergelijkbaar onderzoek hoeft niet overal herhaald te worden: “De data van aanbieders kunnen gekoppeld worden aan Locatus data, gegevens die iedere gemeente nu al gebruikt voor onder andere vergunningen.”

Voortrekkersrol

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam en in samenwerking met de partners van de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. “Amsterdam heeft hier een duidelijke voortrekkersrol in. We hopen dat ook andere gemeenten snel met onze aanbevelingen aan de slag gaan”, zeggen de onderzoekers. Die aanbevelingen zijn onder meer: “Breng in beeld welke gebieden het meest ongezond zijn. Spreek af welke norm je wilt stellen voor een bepaald gebied - die norm kan bijvoorbeeld anders zijn nabij een basisschool dan in een winkelstraat. En wijs experimenteerruimtes aan om de voedselomgeving gerichter gezond te maken. Aan VWS is het advies om gemeenten hierin te ondersteunen met bijvoorbeeld een nieuw te ontwikkelen Voedselwet.”

Keuzevrijheid

De keuze om gezond te eten is uiteindelijk nog steeds aan ieder van ons. “Alleen zou het mooi zijn als straks de helft van het aanbod gezond is, in plaats van amper een kwart”, zegt Dijkstra. “Je hoort vaak het argument dat we ‘betuttelend’ bezig zijn door in te grijpen. Dat is vooral ingegeven door een niet te onderschatten lobby van bedrijven die juist beter worden van ongezonde voeding, terwijl de rekening van de gevolgen van ongezonde voeding ergens anders ligt. Het tegendeel is trouwens waar: je krijgt juist meer keuze, want het aanbod zal diverser zijn dan nu.”

Het rapport

is opgesteld door onderzoekers en juristen van Amsterdam UMC, VU, UvA-LCHL en WUR in opdracht van de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving.

Fotografie: Adobe stock