Arnon Kater: '‘Ik wil niet alleen geneeskunde uitvoeren, ik wil ook geneeskunde maken’
This article is also available in English
Een academische carrière als physician scientist vraagt naast doorzettingsvermogen om bewuste keuzes, een stevige onderzoeksbasis én een vakgroep die daar echt ruimte voor maakt. Dat blijkt uit de loopbaan van Arnon Kater, internist-hematoloog en hoogleraar translational hematology bij Amsterdam UMC.
"Elk uur in het lab is een uur niet in de kliniek, en omgekeerd,”
- Arnon Kater over zijn drijfveren en keuzes als physician scientist en hoe die zich verhouden tot de ambities van Erkennen & Waarderen.
Arnon koos in 1997 bewust voor de hematologie omdat kliniek en laboratoriumonderzoek daar dicht bij elkaar liggen én omdat er net in die tijd een interessante transformatie plaatsvond in het vakgebied. Ze experimenteerden met de overstap van behandelingen met non specifieke chemo naar biologisch gedreven specifieke behandelingen. Al vroeg voelde hij dat hij niet alleen patiënten wilde behandelen, maar ook wilde bijdragen aan de geneeskunde van de toekomst. Zijn overtuiging was helder:
“Ik wil niet alleen geneeskunde uitvoeren, ik wil ook geneeskunde maken”.
Zo combineerde hij tijdens zijn opleiding klinisch werk en onderzoek en schreef zijn eerste onderzoeksvoorstel dat werd gehonoreerd door KWF. Dit leidde tot een promotie over nieuwe strategieën bij Chronische Lymfatische Leukemie (CLL).
Omdat hij merkte dat hij meer onderzoekvaardigheden nodig had om zelfstandig een groep te kunnen leiden, koos hij vervolgens bewust voor extra onderzoeksjaren. Hij organiseerde en financierde mede op basis van een Veni een postdoc positie in San Diego (UCSD) bij toonaangevende onderzoekers. Hier leerde hij state-of-the-art labtechnieken, muismodellen en internationale samenwerking kennen én hij maakte er samen met zijn vrouw nieuwe vrienden voor het leven. Later keerde hij met een klinisch-onderzoeksfellowship terug naar Amsterdam om als physician scientist een eigen groep op te zetten.
Physician scientist in de praktijk: dubbele verantwoordelijkheid
Arnon is inmiddels erkend als expert op het gebied van CLL. Hij bouwde een landelijk CLL-biobanknetwerk op, ontving meerdere persoonlijke onderzoeksbeurzen, waaronder recent een ERC Advanced Grant, superviseert een grote groep promovendi, postdocs en trialmedewerkers. Daarnaast leidde hij verschillende internationale fase 1–3-studies die hebben bijgedragen aan veranderingen in de wereldwijde standaardbehandeling van CLL.. Tegelijk is hij werkzaam als hematoloog, draait diensten, behandelt patiënten met lymfeklierkanker en vervult leidinggevende rollen.
Die combinatie is inspirerend, maar ook structureel spannend:“elk uur in het lab is een uur niet in de kliniek, en omgekeerd” zegt Arnon daarover. Dat spanningsveld is voor hem kenmerkend voor een physician scientist-profiel. Op de vraag hoe hiermee om te gaan pleit hij voor duidelijke keuzes en expliciete ondersteuning.
Differentiatie in de vakgroep: sleutel voor houdbare profielen
Een belangrijk kantelpunt kwam rond 2020 bij de lateralisatie van de afdeling Hematologie in het kader van de fusie van AMC en VUmc. Dit vormde in die zin een nieuwe start. In plaats van één standaardprofiel (iedereen doet alles: kliniek, onderzoek, onderwijs), is toen bewust differentiatie aangebracht:
- een groep physician scientists (kliniek én substantieel onderzoek),
- een groep collega’s met nadruk op onderwijs/management,
- een groep primair klinische experts.
Binnen die structuur is het geen “corvee” meer om diensten en nachten te doen terwijl erkenning alleen via papers loopt; ieder profiel wordt zichtbaar gewaardeerd op zijn eigen kern. Voor Arnon betekende dit dat zijn physician scientist-rol expliciet werd erkend en gefaciliteerd.
Zes praktische lessen en tips voor een physician scientist-profiel
- Investeer een periode uitsluitend voor onderzoeksvaardigheden
Wil je je ontwikkelen tot physician scientist, dan is “een paar uur per week erbij” volgens Arnon bijna nooit genoeg. Zijn advies: maak gedurende een substantiele periode onderzoek je belangrijkste focus, bijvoorbeeld één à twee jaar, in Nederland of in het buitenland. Gebruik die periode om technieken, experimenteel denken en internationale samenwerking volledig te leren. Zijn postdocjaren in de VS waren cruciaal om later zelfstandig grants te schrijven en een groep te leiden.
- Regel tijd en vervanging expliciet
Minder kliniek doen betekent dat iemand anders patiënten en diensten moet overnemen. Denk mee over hoe beurzen en projectgeld kunnen worden ingezet om tijdelijke vervangers te bekostigen. Bespreek dit open met de vakgroep; anders wordt onderzoek ongemerkt “erbij” gedaan en gaat het bij beide ten koste van kwaliteit.
- Plan beschermde onderzoekstijd in je week
Arnon leerde dat onderzoek “tussen de bedrijven door” vooral frustratie oplevert. Zijn tip: blokken in je agenda waar je niet beschikbaar bent voor routinekliniek (behalve bij echte spoed) en communiceer dat helder. Op die momenten ben je beschikbaar voor je onderzoekers. Dat geeft rust aan jezelf en duidelijkheid voor je groep én collega’s.
- Durf te kiezen waar je echt in wilt excelleren
Een physician scientist kan niet top-of-the-bill zijn in alle domeinen (kliniek, onderzoek, onderwijs, valorisatie). Arnon pleit voor eerlijkheid: als je profiel primair kliniek /onderzoek is, mag onderwijs meer basisniveau zijn, en omgekeerd. Dat past bij Erkennen & Waarderen, maar vraagt ook dat organisatie en beoordelingssystemen durven zeggen wat er níet hoeft. Nu moeten toch vaak nog alle ballen in de lucht gehouden worden, wat tot veel werkdruk leidt.
- Zoek een vakgroep die differentieert en je profiel draagt
Het werkt alleen als afdelingshoofden en collega’s de verschillende profielen echt erkennen en niet iedereen langs dezelfde meetlat leggen. Fusies, herstructureringen of nieuwe beleidslijnen zoals Erkennen & Waarderen zijn goede momenten om met de vakgroep te kijken: wie is onze klinisch expert, wie onze physician scientist, wie onze onderwijs- en valorisatiekartrekker?
- Gebruik netwerken en rollen buiten de eigen afdeling
Arnon ziet internationale samenwerkingen, werkgroepen en bestuurlijke rollen niet als iets dat losstaat van zijn onderzoek. Ze helpen hem juist om ontwikkelingen in het vakgebied te volgen, onderzoeksvragen te scherpen en de verbinding met de klinische praktijk te versterken.
Voor Arnon ligt de kern van zijn werk in die voortdurende verbinding tussen laboratorium en kliniek: inzichten uit het onderzoek vertalen naar betere, inmiddels vaak chemo-vrije behandelingen voor patiënten, en vanuit de praktijk nieuwe onderzoeksvragen formuleren. Het sluit aan bij de drijfveer waarmee zijn loopbaan begon: “ik wil niet alleen geneeskunde uitvoeren, ik wil ook geneeskunde maken”. Mede dankzij de keuze voor een helder physician scientist-profiel en een vakgroep die dit steunt en durft te differentiëren, blijft die dubbelrol voor hem niet alleen vol te houden, maar ook zichtbaar gewaardeerd en (inter)nationaal erkend.