Kwaliteit, erkenning en openheid: Joeri Tijdink over de toekomst van wetenschap
This article is also available in English
“Open Science is geen extra hobby naast het ‘echte werk’, maar een manier om beter onderzoek te doen.”
- Joeri Tijdink over het belang van Open Science in de wetenschap.
“Als mensen plezier hebben in wat ze doen, verandert alles: dan voelt hard werken zinvol en wordt kwaliteit vanzelf belangrijker. Open Science speelt daar een grote rol in”, zegt Joeri Tijdink, UHD, psychiater en onderzoeker naar wetenschappelijke integriteit. Voor Joeri draait goede wetenschap om twee dingen: kwaliteit en gezien worden als mens. “We willen allemaal erkend worden, we willen gezien worden – dat is een basale menselijke behoefte,” vertelt hij. “Als instituut moeten we die erkenning niet alleen koppelen aan het aantal publicaties, maar vooral aan de kwaliteit van ons werk. Open Science is daar een belangrijke bouwsteen in: het is een proxy voor kwaliteit.”
Open Science is voor hem veel meer dan open access. Het gaat over open data, open methoden, preregistratie en transparantie in alle stappen van onderzoek. Juist daarin zit volgens hem de kwaliteitswinst:
- Preregistratie als kwaliteitsinstrument
“Het belangrijkste is de onderzoeksvraag. Wat willen we eigenlijk weten, en met welke methode gaan we dat onderzoeken? Als je dat vooraf samen scherp formuleert en vastlegt – in een preregistratie – dwing je jezelf om goed na te denken. Dat is misschien wel het belangrijkste educatieve effect,” zegt Joeri.
Een jaar later, als de data binnen zijn, ben je die oorspronkelijke vraag vaak een beetje kwijt. “Door terug te gaan naar die preregistratie zie je weer: wat hadden we eigenlijk beloofd te onderzoeken, kunnen we die vraag met deze data echt beantwoorden, en hoe beschrijven we dat eerlijk?” - Open data verhoogt zorgvuldigheid én bruikbaarheid
Open data maakt onderzoek toetsbaar én herbruikbaar. Anderen kunnen controleren of de analyses kloppen, maar ook dezelfde dataset gebruiken om nieuwe onderzoeksvragen te beantwoorden. Juist omdat data openbaar worden, gaan onderzoekers volgens Joeri zorgvuldiger om met hun analyses: “De meeste wetenschappers zijn neurotische perfectionisten. Als je weet dat anderen in je data gaan kijken, doe je extra je best om het goed en netjes te doen.” - Transparantie over de rommeligheid van onderzoek
Onderzoek is nooit strak en lineair. Door transparant te zijn over keuzes, beperkingen en bijstellingen onderweg, laat je zien hoe complex goed onderzoek eigenlijk is. “Hoe opener je bent, hoe zichtbaarder wordt waar het ingewikkeld is of waar iets net anders liep dan gehoopt – en precies dáár zit de kwaliteitswinst,” aldus Joeri.
Cultuurverandering is de echte uitdaging
Tegelijk ziet hij dat cultuurverandering de echte sleutel is. Technisch is een preregistratie invullen niet moeilijk en zijn er binnen Amsterdam UMC al voorzieningen zoals de faciliteiten die Research Data Management biedt. De uitdaging zit in het dagelijks gedrag: “Hoe zorg je dat mensen het ook echt gaan dóén? Dat afdelingshoofden sturen op kwaliteit en openheid?”
Zijn praktische tips voor onderzoekers en begeleiders in Amsterdam UMC zijn helder en concreet:
- Begin ieder project met een gezamenlijke, schriftelijke onderzoeksvraag.
Neem aan het begin van een promotietraject de tijd om samen de kernvraag en methode op te schrijven. - Maak van preregistratie de norm.
Plan bij ieder nieuw onderzoek een moment om een preregistratie samen met de promovendus in te vullen en op te slaan in een register. Het kost na een korte instructie hooguit een uur. - Publiceer data waar dat kan.
Werk vanaf dag één met een datamanagementplan dat toewerkt naar (geanonimiseerde) open data. Dit helpt niet alleen anderen, maar verhoogt ook de eigen zorgvuldigheid. - Gebruik openheid als gespreksstarter over kwaliteit.
Vraag in besprekingen niet alleen: “Hoeveel artikelen heb je?”, maar ook: “Is dit preregistreerd? Zijn de data beschikbaar? Hoe transparant zijn we over onze keuzes?”
Voor Joeri is Open Science daarmee geen extra hobby naast het ‘echte werk’, maar een manier om beter onderzoek te doen. En als je dat laat terugkomen in jaargesprekken of in qualification portfolios, geef je onderzoekers de ruimte voor erkenning en kunnen ze hopelijk met meer plezier, eerlijk zijn over hun werk.