Onderzoek van Amsterdam UMC, in samenwerking met Cardiologie Centra Nederland, toont aan dat smartwatches die zijn uitgerust met hartmetingsfuncties een rol kunnen spelen in de opsporing van hartritmestoornissen. Uit de analyse van gegevens van 437 patiënten met een verhoogd risico bleek dat er 4 keer vaker hartritmestoornissen werden ontdekt bij degenen die een smartwatch droegen.

Michiel Winter, cardioloog bij Amsterdam UMC: “Het is belangrijk om een mogelijke hartritmestoornis, zoals boezemfibrilleren, op te sporen. Zo’n hartritmestoornis kan leiden tot de vorming van stolsels. Als deze stolsels naar de hersenen reizen, kunnen ze een beroerte veroorzaken.” Traditioneel vindt monitoring plaats door op de borst van de patiënt plakkers te plaatsen, die verbonden zijn aan een klein draagbaar ECG-kastje. “Patiënten vinden deze manier van monitoring vaak hinderlijk. Bovendien hebben deze apparaten een ander nadeel, want ze kunnen maximaal 2 weken achter elkaar monitoren.”

Gecombineerd

Uit onderzoek van Amsterdam UMC onder 437 patiënten bleek dat smartwatches met zowel PPG (optische sensoren) als ECG-functionaliteit de opsporing van boezemfibrilleren verbeteren in vergelijking met traditionele monitoring. Nicole van Steijn, onderzoeker bij Amsterdam UMC: "Wearables, zoals smartwatches, worden steeds vaker gebruikt in het dagelijks leven. Tot voor kort waren er echter geen apparaten beschikbaar die zowel hartslagmeting via PPG-technologie als registratie van de elektrische hartactiviteit via ECG combineerden. PPG maakt het mogelijk om het hartritme onopvallend en continu te monitoren op onregelmatigheden, terwijl de ECG-functie ervoor zorgt dat het hartritme nauwkeurig kan worden vastgelegd en hartritmestoornissen beter te herkennen zijn. Recente technologische ontwikkelingen hebben deze gecombineerde functionaliteit mogelijk gemaakt, maar het moest nog worden onderzocht of deze technologie betrouwbaar en klinisch bruikbaar is."

Geen klachten, wel ritmestoornis

In het onderzoek droegen 219 patiënten ouder dan 65 jaar en met een hoog risico op een hartritmestoornis een Apple Watch met gecombineerde PPG- en ECG-functies. De overige 218 patiënten kregen de traditionele monitoring. Alle patiënten werden 6 maanden lang gemonitord, waarbij de gebruikers van de smartwatch het horloge 12 uur per dag droegen. Winter: "Na 6 maanden werden uit de groep patiënten met smartwatches 21 patiënten gediagnosticeerd en behandeld voor boezemfibrilleren, 4 keer zoveel als in de groep zonder smartwatch. Twaalf van hen hadden geen klachten van de ritmestoornis.” In de groep patiënten met traditionele monitoring werden er slechts 5 patiënten opgespoord met boezemfibrilleren, en deze hadden alle 5 klachten.

Bijna onmogelijk

Winter: “Het komt veel voor dat mensen niet voelen dat er sprake is van boezemfibrilleren. En dan is het bijna onmogelijk om de diagnose op de traditionele manier te stellen. Als patienten geen klachten van de ritmestoornis hebben is de kans namelijk klein dat ze zich melden voor een ECG. Ook is boezemfibrilleren soms maar van korte duur. Traditionele methoden monitoren maar enkele dagen tot maximaal 2 weken, en kunnen daardoor de ritmestoornis vaak niet ‘vangen’.”

Sneller opgemerkt

Het is dus waarschijnlijk dat er in de groep met traditionele monitoring patiënten zijn mét boezemfibrilleren bij wie de diagnose nog niet gesteld is. Winter: “Een wearable blijkt niet alleen geschikt voor langdurige monitoring, maar verhoogt ook het opsporingspercentage van hartritmestoornissen.” Ander voordeel van monitoring met een smartwatch met PPG- en ECG-functies is dat patiënten continu worden gemonitord, waardoor de diagnose direct bij het optreden van de ritmestoornis kan worden gesteld. Winter: “Kortom, met deze langdurige en continue monitoring worden hartritmestoornissen sneller en gemakkelijker opgemerkt en kan er direct worden ingegrepen."

Bekijk hieronder de video over de inzet van een smartwatch bij de opsporing van hartritmestoornissen.

Deze video is niet beschikbaar omdat u onze video cookies niet heeft geaccepteerd.

De resultaten van deze studie zijn vandaag gepubliceerd in Journal of the American College of Cardiology (JACC)

Beeld: still uit video