Bij kinderen met de zeldzame hersenziekte ‘vanishing white matter’ vertraagt of stopt de ziekte als zij het bestaande bloeddrukmedicijn guanabenz gebruiken. Dat blijkt uit onderzoek van het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC dat vandaag is gepubliceerd in The Lancet Neurology. Marjo van der Knaap, hoogleraar kinderneurologie: "Hiermee is voor het eerst aangetoond dat deze dodelijke hersenziekte bij kinderen te beïnvloeden is."

Vanishing white matter is een erfelijke aandoening van de witte stof in de hersenen die meestal in de kinderjaren begint. Patiënten verliezen motorische en verstandelijke vaardigheden en kunnen in korte tijd sterk achteruitgaan. Ze overlijden vaak op jonge leeftijd. Tot nu toe bestond er geen behandeling die het ziekteverloop kon afremmen of stoppen. 

Kinderen langer mobiel

In het onderzoek kregen 33 kinderen uit diverse landen guanabenz, een bestaand bloeddrukmedicijn. Het medicijn wordt niet meer gemaakt omdat er effectievere middelen tegen hoge bloeddruk op de markt zijn. Amsterdam UMC liet dit middel specifiek voor de patiënten met vanishing white matter maken. Onderzoekers volgden de kinderen 4 jaar lang en vergeleken hun ziekteverloop met dat van 66 kinderen met dezelfde ernst van de ziekte uit een internationaal register die het middel niet kregen. De kinderen die guanabenz kregen, werden minder vaak of minder snel rolstoelafhankelijk dan de kinderen die het middel niet kregen.

Ook overleed tijdens de onderzoeksperiode geen van de behandelde kinderen, terwijl in de vergelijkingsgroep 5 van de 66 kinderen overleden. Op MRI-scans was bij behandelde kinderen bovendien geen of minder snel verval van de witte stof te zien dan bij onbehandelde kinderen. Het positieve effect van het medicijn was het grootst bij kinderen bij wie de ziekte op of na 3-jarige leeftijd  begon, vergeleken met kinderen bij wie de ziekte voor de 3 jaar begon. Van der Knaap: “Voor deze kinderen en hun ouders is dat een grote, hoopvolle stap.” 

Bijwerkingen vooral in het begin

Vanishing white matter wordt veroorzaakt door een fout in de manier waarop cellen in het lichaam reageren op stressfactoren zoals koorts en virusinfecties. Bij kinderen met deze ziekte staat deze stressreactie altijd aan, ook als er helemaal geen stressfactoren aanwezig zijn. Vooral hersencellen zijn hier gevoelig voor. Guanabenz remt deze stressreactie. 

In het onderzoek bij kinderen met vanishing white matter kwamen bijwerkingen van guanabenz zoals hallucinaties, slaperigheid, harde ontlasting en lage bloeddruk vooral in de eerste maanden voor. Maar na 4 tot 6 maanden konden de kinderen het medicijn goed verdragen en stopte niemand vanwege bijwerkingen. Van der Knaap: “Juist omdat het om jonge kinderen gaat, is het belangrijk dat bijwerkingen herkenbaar, behandelbaar en tijdelijk zijn.”

Wat betekent dit voor de toekomst?

De onderzoekers benadrukken dat er nog geen sprake is van genezing, het effect van guanabenz stopt zodra de behandeling wordt gestaakt. Daarnaast zijn de kinderen die guanabenz kregen vergeleken met eerder geregistreerde patiënten die het middel niet kregen. Er was geen gelijktijdige controlegroep zonder behandeling met guanabenz. “Maar dit onderzoek markeert zeker een keerpunt”, benadrukt Van der Knaap. In een vervolgstudie worden kinderen langer gevolgd en wordt onderzocht wat het effect is van hogere doseringen. 

De behandeling met guanabenz is nu alleen nog in onderzoeksverband beschikbaar. Dat komt doordat het middel nog niet door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) is geregistreerd voor de behandeling van vanishing white matter. Amsterdam UMC zet, terwijl de vervolgstudie loopt, al wel de eerste stappen om goedkeuring van het EMA te krijgen zodat het middel ook buiten onderzoeksverband aan patiënten kan worden voorgeschreven. 

Hersenziekte 

Vanishing white matter is een erfelijke aandoening waarbij de witte stof in de hersenen wordt aangetast. De ziekte komt vooral voor bij kinderen en begint meestal tussen 1 en 6 jaar. Patiënten verliezen motorische en verstandelijke vaardigheden: lopen wordt moeilijk, ze worden rolstoelafhankelijk, kunnen hun handen steeds minder gebruiken, de spraak gaat achteruit en eten lukt vaak niet meer zonder een voedingssonde (PEG-sonde). De ziekte kan geleidelijk verlopen maar patiënten kunnen ook in enkele uren of dagen sterk achteruitgaan. Zo’n snelle achteruitgang wordt vaak uitgelokt door stressfactoren, zoals koorts of een virusinfectie. De ziekte leidt tot ernstige beperkingen en een vroege dood.

Vanishing white matter is zeer zeldzaam: per jaar worden wereldwijd naar schatting 1 op de 100.000 kinderen met de ziekte geboren. In Nederland leven ongeveer 1,3 op de miljoen mensen met de ziekte. Tot nu toe was er geen behandeling die het ziekteverloop kon afremmen of stoppen. 

Het onderzoek van het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC is gepubliceerd in The Lancet Neurology.

Beeld: Shutterstock