Tijdens de eerste coronagolf verschenen in Amsterdam UMC kartonnen poppen die bezoekers en patiënten herinnerden aan afstand houden. De Brauw raakte gefascineerd door deze en andere nieuwe manieren om afstand te creëren, zoals linten, lege stoelen en wachtrijen. In Quiet Rush rangschikte ze beelden van fysieke afscherming tot een visuele lappendeken, verbonden door tv-schermen als vensters naar het wereldnieuws. Het werk laat zien hoe snel ons gedrag en onze omgang met ruimte veranderden, en hoe deze improvisaties zich nestelen in ons collectieve geheugen.
Quiet Rush
Inez de Brauw onderzoekt hoe mensen zich aanpassen aan veranderende sociale regels en legt de dynamiek van afstand en nabijheid vast.