Het vrouwenbrein kan in de loop van het leven drie grote hormonale overgangen doormaken: de puberteit, zwangerschap en de menopauze. Onderzoekers van het Pregnancy Brain Lab van Amsterdam UMC onderzochten of deze drie overgangen vergelijkbare of juist verschillende sporen achterlaten in de hersenen. Dit is nog niet eerder gedaan. “Wat er in de hersenen van vrouwen gebeurt, is tijdens de menopauze anders dan tijdens de puberteit of gedurende een zwangerschap”, vertelt onderzoeker Sophie van ’t Hof.

Sophie van ’t Hof en haar collega’s analyseerden herhaalde MRI-scans van meer dan 1.000 vrouwen, verdeeld over drie groepen: meisjes rond de puberteit, vrouwen voor en na hun zwangerschap, en vrouwen voor en na hun menopauze. Voor elke groep vergeleken de onderzoekers de veranderingen in de hersenen met die bij vrouwen die geen hormonale overgang doormaakten. Zo konden ze veranderingen die specifiek verband hielden met de puberteit, zwangerschap of menopauze onderscheiden van veranderingen die horen bij het ouder worden.

Pubermeisjes en zwangere vrouwen

Wat de onderzoekers zagen was opvallend. Zowel in de hersenen van vrouwen in de puberteit als in die van zwangere vrouwen, nam de grijze stof in de hersenschors af. Grijze stof bestaat uit hersencellen en is belangrijk voor het verwerken van informatie, zoals denken, waarnemen en bewegen. De afname van de grijze stof gebeurde bij beide groepen vrouwen in vergelijkbare mate en deels in dezelfde hersengebieden, betrokken bij complexe cognitieve functies, zoals plannen en het verwerken van informatie. Er waren echter ook verschillen. In meer dan de helft van de onderzochte hersengebieden verschilde het veranderpatroon tussen die in de hersenen van vrouwen in de puberteit en die van zwangere vrouwen.

Pauze in afname grijze stof

De hersenen van vrouwen rond de menopauze lieten een wezenlijk ander patroon zien. De onderzoekers vergeleken drie groepen vrouwen van middelbare leeftijd (tussen 50 en 55 jaar). Eén groep maakte tijdens de studie zelf de overgang mee, van premenopauzaal (de menstruatie was nog niet gestopt) naar postmenopauzaal (de menstruatie was definitief gestopt). De andere twee groepen dienden als controle en bleven gedurende de hele studie in dezelfde fase, de ene groep zat nog niet in de overgang, de andere had die juist al achter de rug.
 Bij de twee controlegroepen zagen de onderzoekers een lichte afname van grijze stof over de onderzoeksperiode. Dat is normaal bij het ouder worden. Bij de vrouwen die tijdens de studie zelf de overgang doormaakten, werd de grijze stof in hun hersenen niet minder. Het lijkt er dus op dat de overgangsperiode samenvalt met een soort ‘pauze’ in die afname.

Studieresultaat als basis 

Wat de overeenkomsten en verschillen in de hersengebieden van de groepen vrouwen precies betekenen, is nog niet te zeggen, benadrukt onderzoeker Elseline Hoekzema. De afname in grijze stof is niet te koppelen aan verandering in gedrag of vaardigheden van de onderzochte vrouwen. In deze studie zijn namelijk alleen hersenscans gemaakt en geen cognitieve of gedragsmatige gegevens verzameld.
Toch is dit onderzoek belangrijk, aldus Hoekzema. Het belang zit vooral op fundamenteel niveau: het vrouwenbrein is lange tijd onderbelicht gebleven, mede omdat de hormonale variatie tijdens een vrouwenleven als lastig te onderzoeken werd gezien. Dit resultaat laat zien hoe waardevol het is om juist die variatie over de levensloop in kaart te brengen. Vanuit deze basis kan vervolgonderzoek gebouwd worden, bijvoorbeeld met hormoonmetingen of met cognitieve testen. Zodat uiteindelijk vragen of problemen waar vrouwen in die levensfasen in de praktijk mee te maken hebben, kunnen worden aangepakt.

Lees de resultaten van deze studie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Beeld: Shutterstock