Jaarlijks doen zich in Sub-Sahara Afrika tussen de 8,5 en 15,9 miljoen gevallen van ernstige diarree voor bij kinderen jonger dan vijf jaar. “Wij willen onderzoeken of een behandeling met antibiotica helpt bij kinderen met diarree die ook ondervoed zijn,” vertelt Vanessa Harris, medeprojectleider en internist-infectioloog bij de afdeling Global Health van Amsterdam UMC. “We richten ons enkel op deze groep kinderen. Zo proberen we te bepalen welke kinderen echt antibiotica nodig hebben. Op die manier vergroot je de voordelen van de behandeling en verklein je het risico op antibioticaresistentie, waarbij bacteriën ongevoelig worden voor antibiotica.”
Ernstig vermagerd
Op dit moment adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om géén antibiotica te geven bij acute diarree. Maar een eerdere studie in zeven landen liet zien dat antibiotica wél effectief kunnen zijn bij ondervoede kinderen. Het gaat om een grote groep. Op onderzoekslocaties in Kenia en Tanzania is tussen de 20 procent en bijna 50 procent van de kinderen die zich met diarree melden, ernstig vermagerd of ze hebben een groeiachterstand.
Microklimaat
Om de onderzoeksresultaten beter te kunnen gebruiken voor nieuwe behandelrichtlijnen, gaat het zogeheten TARGET-project ook het lokale microklimaat volgen. Dit gebeurt samen met partner de Tanzania Meteorological Authority. Zo kunnen eventuele richtlijnen rekening houden met de invloed van klimaatverandering op diarree en ondervoeding.
Preventief antibiotica
Naar schatting krijgt 10 procent van de mensen die jaarlijks in Sub-Sahara Afrika succesvol voor tbc worden behandeld, binnen twee jaar opnieuw tbc. Dat kan oplopen tot 200.000 personen per jaar. Het tuberculoseproject RECENT-TB onderzoekt of je mensen preventief antibiotica moet geven als zij net een tbc-behandeling hebben afgerond. Het onderzoek start aankomende september in wijken in Oeganda en Zuid-Afrika waar veel tuberculose voorkomt.
Betaalbaar
“Als iemand één keer tbc heeft gehad, is de kans groter dat die persoon het nog een keer krijgt,” legt Sabine Hermans, hoofdonderzoeker en arts-epidemioloog infectieziekten bij de afdeling Global Health van Amsterdam UMC uit. “Ik wil een duidelijke groep mensen kunnen aanwijzen die echt baat heeft bij preventieve behandeling – en dat op een manier die betaalbaar, acceptabel en praktisch uitvoerbaar is.” Deze hoogrisicogroep vormt ongeveer 5 tot 30 procent van alle tbc-gevallen wereldwijd, maar valt nu buiten alle richtlijnen.
Toepassen in dagelijkse zorg
RECENT-TB is een samenwerking met de Makerere Universiteit in Oeganda en de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. De onderzoekers ontwikkelen een risicoscore en een kosteneffectiviteitsanalyse. Zo kan de preventieve therapie precies worden ingezet bij de mensen die er het meeste voordeel van hebben. Daarnaast testen de onderzoekers de behandeling niet alleen in een klinische studie, maar bekijken ze tegelijk ook hoe je die behandeling het beste kunt toepassen in de dagelijkse zorg. Als het project erin slaagt het aantal terugkerende tbc-gevallen in Sub-Sahara Afrika te halveren, kunnen tot 100.000 recidieven per jaar worden voorkomen.
Amsterdam Institute for Global Health and Development
De beurzen (5,8 miljoen euro voor het diarree-project en 2,4 miljoen euro voor de tbc-studie) zijn toegekend aan het Amsterdam Institute for Global Health and Development (AIGHD). Amsterdam UMC maakt deel uit van dit interdisciplinaire instituut, en is ook betrokken bij twee trainings- en mentorschapsprojecten voor onderzoekers in Afrikaanse landen. De beurzen voor alle vier de projecten zijn toegekend door het European and Developing Countries Clinical Trials Partnership (EDCTP), dat steun krijgt van de Europese Unie.
Lees meer op aighd.org
Beeld: Adobe stock (AI gegenereerd)